Jongenslectuur, mannendromen – 7
.
Hoe hip was de hippe kleding in toenmalige toekomstige tijden? James Stewart overhemd, Judy Garland haarstrik en pofmouwtjes… de twee hiernaast waren ook in 1952 niet bepaald epigonen van het futurisme.
Wat kunstenaars van scifi illustraties (en ontwerpers in scifi films) nooit helemaal los kunnen laten, is de mode van hun eigen tijd. Daar voegen ze meestal wat klassieke ideeën in gestileerde vorm aan toe, plus wat gestroomlijnde zaken, en presto: Dit Draagt U In Het Toekomstige Jaar [vul maar in].







Prachtige beelden uit de jaren dertig. Maar het getoonde slaat natuurlijk helemaal nergens op. Met uitzondering van F.R. Paul’s megapolis misschien. Maar waar zijn de schreeuwende holoreclames? Het Bladerunnerse straatvuil? De klassieke moskeeminaretten? Ik zie zelfs geen futuristische files!


Anno 1950 – Einstein, atoomenergie en een miljoen soorten elektrische huishoudapparaten waren toen al gemeengoed – haalde de beeldende artiest het niet meer in zijn hoofd om de mens in plusfour en crinolinejurk en knooplaarsjes naar Venus te sturen. Ondanks dat NASA nog niet bestond en zelfs de eerste spoetnik nog niet was gebouwd, verkregen de concepten na WO II een wat nuchterder en wetenschappelijk beter onderbouwd realisme.
Maar hoe geavanceerd toekomstige gadgets, auto’s, gebouwen en ruimteschepen er bij hen ook uit mochten zien, de meeste kunstenaars uit de klassieke scifi jaren hadden moeite met een modebeeld, of vermoeiden zich er niet eens mee.







Waarbij het verkeersbord van Mystery in space wel heel erg in zijn ontwikkeling is geremd. Peter Poultron deed nog makkelijker, hij tekende gewoon een foto van Elizabeth Taylor in Father of the bride na en de alien komt uit I was a teenage reptile.
Wat wij droegen toen dat magische tweede millennium eenmaal een feit was, is een mode die men in de jaren 40 en 50 nooit had kunnen dromen. Voor velen was het futuristische ideaalbeeld het tegengestelde van nonchalance en diversiteit: de hele mensheid gekleed in Orwelliaanse overall, dezelfde laarzen aan en identieke petjes op.
Deze Signet paperback van Orwell’s 1984 uit 1955 geeft daar een mooi maar wat verwrongen beeld van. Enerzijds is Julia als vertegenwoordigster van de Anti-Sex League met haar losse blouse een bespotting van het repressieve regime, aan de andere kant schiet de artiest met zijn andere figuren; de blote armen en de lage halsuitsnijding van de militia man, te ver door. Big Brother zou dit echt niet getolereerd hebben. De zeer goed getroffen verfilming van 1984 (in 1984) met John Hurt laat een grauwer en zediger dystopia zien. De scene waarin Winston en Julia ten tijde van hun arrestatie spiernaakt worden opgesteld, levert een scherp contrast op, maar versterkt de verstikkende moraal juist. Als er ooit een filmscène was waarin naaktheid totaal gespeend van erotiek is, is het die wel. En dan kun je deze Signet boekillustratie echt niet meer serieus nemen.



Zelfs aliens werden uniform aangekleed. Zonder enige research daaromtrent. Want roze is een evolutiekiller. Zeker voor patriarchaal dominerende wezens.
Stanley Kubrick zat met zijn 2001 a Space Odyssey ook aan te hikken tegen de future look van de mensen in zijn film. Maar door te kiezen voor een antithese van futuristische mode – bruine en grijze burgerpakken en sober gesneden rokken tot over de knie voor de geleerden in het Hilton space station hotel – dateerde hij de film al nog voor die in première was gegaan. Het personage Dr Floyd is op een subtiele manier ‘hip’ met zijn ietwat kojboj-achtige stropdas en zijn overhemd in dezelfde kleur als het kostuum, maar de stijl drukte toen al te veel bezadigdheid en conservatisme uit. Het kan dat Kubricks 2001 een neo-Victoriaans tijdperk behandelt. De film geeft er in het geheel geen uitsluitsel over. Kubrick had op een zeer alternatieve manier vooruitziend geweest kunnen zijn geweest als hij nog verder was gegaan in zijn neutrale aanpak: de Hilton gasten en de Discovery I astronauten naakt. De naaktlijn is tenslotte de ultime fashion- ze is tijdloos. Aan de andere kant, Kubrick liet een toekomst zien die voor de toeschouwers redelijk haalbaar was – letterlijk – en zou er vreselijk mee misgeschoten hebben. Een dergelijke levensstijl in de ruimtevaartsector had voor de conservatieve 20ste eeuwse mens (de film ging in premiere in 1968) echt te veel geweest. En ook nu, dertig jaar later, mag u in een Hilton hotel of als ruimtetoerist in een space shuttle nog steeds niet in de nudistenmode schakelen.

Het probleem van futuristische aankleding is natuurlijk ook dat het geavanceerde en gesofisticeerde artikel herkenbaar moet blijven. De illustrator van deze Marsfiets gaat ver in zijn fantasie (alhoewel, NASA fotosoept 50 jaar later nog steeds wanhopig een rode lucht in de beelden van de Rovertjes), maar het blijft een fiets. De ontwerpers van de standaard torpedo ruimteschepen uit de jaren veertig en vijftig zouden daarentegen verbijsterd naar de (foeilelijke) space crafts van Chris Foss hebben gekeken, of naar Kubricks ferrish wheel, en zelfs de naar space opera gestileerde Enterprise uit Star Trek zou niet beantwoord hebben aan hun idee van een ruimtevaartuig. Niemand die toen bedacht dat een Kuifje-raket (de sigaar met vinnen) wel eens niet het meeste comfort op lange ruimtereizen zou kunnen zijn. Wat iedereen toen mogelijk stiekem wel gedacht zal hebben, was ‘Als we het heelal gaan penetreren, doen we dat met een fallus symbool.’







…Hoeveel tampon-achtige symbolen hebben we nog nodig?

Twee fallussen geïntegreerd.

En uiteindelijk Homo Phallus Universalis. Een toekomstvisie waar menig buitenaards ras niet blij mee zal zijn.
- wordt vervolgd -
©2009dedeurs

