Jongenslectuur, mannendromen – 4

september 17, 2009 at 1:56 am (uncategorized)

sculpture by Nikko after illustration from Joseph Vargo

Waar van de Grote 3 Isaac Asimov voor de inventieve aankleding en socioaspecten zorgde en Heinlein voor het knokwerk, vertegenwoordigde Arthur C Clarke het intellect. Als specialist in biochemie en astronomie stond Asimov dichter bij Clarke dan bij Heinlein, Asimov’s romans en korte verhalen zijn populistischer van toon en beslist levendiger dan die van Clarke. Die voerde op zijn beurt personages op met een wat minder groot ego, en liet Homo Sapiens Sapiens naar de verre sterren kijken, maar zonder trots en bezitterigheid. De Clarke-mens beschouwt het heelal vaak peinzend, en is niet te beroerd toe te geven dat hij feitelijk minder dan een kosmisch stofje is.

Scifi fans moeten ook maar eerlijk zijn; hun boeken lezen lekker maar geen van hen was een groot literist en ze blonken ook niet uit in mensenkennis. Degene die altijd een beetje aan de Grote Drie heeft gebungeld; Ray Bradbury, was de ware stylist, de poëet.

Toch heeft Bradbury ook iets zeurderigs. Bij hem geen vuurwerk, geen schokkende ideeën, geen cliffhangers. Er hangt altijd een wat zweverige, lome sfeer over zijn werk. Bradbury schreef moderne sprookjes, en de verhalen die op ‘zijn’ Mars afspelen, zijn hoofdzakelijk allegorieën. Hij moest eigenlijk niet veel hebben van het etiket ’science fiction’. Al valt een boek als Fahrenheit 451 daar absoluut onder.

Tikulin rendezvous-with-rama

Clarke was goed in panoramisch schrijven (en in voorspellen). Daarin bereikte hij een hoogtepunt met Rendezvous with Rama (1973). In ons zonnestelsel drijft een enorme cilinder binnen, 50 km lang en met een diameter van 20 km. De buitenkant is onnatuurlijk glad, de binnenkant blijkt hol. Een cilinder die bekleed is met wereld. Geavanceerd, onbegrijpelijk en slechts bewoond door onderhoudsrobotica. Althans, de onderzoekers kunnen in de betrekkelijk korte tijd die ze hebben voordat Rama weer het zonnestelsel verlaat, geen leven vinden. Wat de opvolgende delen daarover te vertellen hebben, weet ik niet, ik heb ze niet gelezen.

unknown - Larry Niven's Ringworld

Als buitenruimtelijke megastructuur is Rama eigenlijk alleen overtroffen door Larry Nivens Ringworld. Tja, hoe veel verder kun je als drie-dimensionaal mens nog gaan. De omvang van Ringworld – letterlijk een platte, van platen gemaakte dubbele ring (om nachtzones te creëren) rond een zon – gaat het bevattingsvermogen al te boven.

unknown- the city and the stars

Buitenaardse intelligentie was bij Arthur C Clarke in elk geval niet glibberig en moordlustig, het was er wel maar het bleef uit het zicht. Daarmee zette hij de kosmische microbe Mens op zijn plaats.
Dit gebeurt op vrij nuchtere, bijna droog wetenschappelijke wijze in het korte verhaal The Sentinel of Eternity (1948), waar later het draaiboek voor Stanley Kubricks 2001 a Space Oddysey op gebaseerd zou worden. In de Mare Crisium graven onderzoekers een miljoenen jaren oud artefact op.

A roughly pyramidal structure, twice as high as a man, that was set in the rock like a gigantic,
many-faceted jewel.

Het kost onderzoekers twintig jaar om het krachtveld rond de piramide te penetreren. Ze komen er achter dat ze daarmee een miljoenen jaren oud signaal hebben onderbroken. De mens begrijpt dat ergens in het heelal iemand of iets geacht wordt dat op te merken.

Ed EmshwillerVoor Kubricks verfilming werd dit idee omgedraaid. Door het artefact – geen transparante piramide maar een lange rechthoek van het zwartste zwart – op te graven en aldus bloot te stelllen aan zonlicht, wordt er juist een signaal geactiveerd en uitgezonden.

De film breidde het basisthema uit, en pleegde daarmee in feite een verhalende stijlbreuk. De gebeurtenissen in het (fictieve) jaar 2001 worden verteld vanuit het perspectief van wetenschappers en twee  astronauten, de proloog in de oertijd vanuit een alwetend gezichtspunt. Niemand was er immers bij, toen 6 miljoen jaar geleden een groep primitieve mensapen ergens in prehistorisch Afrika een zelfde (dezelfde?) monoliet aanraakten, en daardoor een brein-upgrade kregen. Waardoor de stam, net iets slimmer dan andere, wist te overleven en te evolueren tot een superieure levensvorm, en uiteindelijk de mens van nu. Maar met alle spirituele zijpaden in de rest van de film – de deus ex machina in de vorm van een amok makende scheepscomputer, de reis van de overlevende astronaut door een ruimtelijke corridor en zijn wedergeboorte tot een nieuwe soort, blijft de basis van het Sentinel verhaal intact. Dat eindigt met:

It was only a matter of time before we found the pyramid and forced it open. Now its signals have ceased, and those whose duty it is will be turning their minds upon Earth. Perhaps they wish to help our infant civilization. But they must be very, very old, and the old are often insanely jealous of the young.

Clarke ontspoorde in zijn filmscenario cq romanversie van The Sentinel door de wedergeboren astronaut Bowman vanuit zijn ei van energie op de aarde neer te laten kijken en als een god alle kernwapens in de baan om de aarde – Ronald Reagans Star Wars schild alsnog – te laten detoneren, om de mens de kans te ontnemen zichzelf te vernietigen. Een gedachte die typerend was voor de tijd van de Koude Oorlog en de bewapeningswedloop.

Kubrick liet evenwel het Sterrenkind niets van dien aard doen in zijn film, het is zelfs niet duidelijk of het naar de Aarde terugkeert of niet. Astronaut Bowman is het Sterrenkind geworden, de mogelijkheden die dat biedt gaan schuil in een open einde.

Wat blijft in het Sentinel gegeven, is de microscopische mens. De mens die maar net komt kijken. Die tot het besef komt dat er grotere krachten dan hij in het heelal aanwezig zijn.

Net zoals 2001 a Space Oddysey pas jaren later de erkenning kreeg die de film toekwam, zo werd ook het korte verhaal uit 1948 pas veel later bekroond als een van de beste scifi verhalen ooit geschreven. Eh, waar ik het niet mee eens ben. Maar de reikwijdte van de boodschap is ontegenzeggelijk indrukwekkend.

Ron Cobb

Over de sequels 2010, 2061 en 3001 kan ik kort zijn.  Dr Heywood Floyd’s rol werd uitgebreid, de omgekomen astronaut Frank Pool weer tot leven gewekt en zijn collega Bowman, spiritueel opgegaan in computer HAL, probeert een jong vorm van leven op de maan Europa de boost naar volwassenheid te geven waarbij hij moet strijden tegen gecorrumpeerde monolieten. Kortom, niet alleen de mystiek en de sense of wonder uit 2001 ontbreken in die vervolgdelen, Clarke heeft de sequels ook gedegradeerd tot Perry Rhodan achtige space opera. Bah.

‘One of the great tragedies of mankind is that morality has been hijacked by religion.’

‘The universe is not only stranger than we imagine, it’s stranger than we can imagine
- J.B.S. Haldane parafrase

Op het gebied van religie was Clarke een beetje een draaikont. Hij noemde zichzelf successievelijk een pantheïst, een atheïst en een crypto-boeddhist, daarbij beklemtonend dat hij het boeddhisme niet als een religie beschouwde. Hij stond evenwel niet afwijzend tegenover het idee van een Intelligente Ontwerper.

I sometimes think that the universe is a machine designed for the perpetual astonishment of astronomers.

In The Sentinel, Childhoods End en The City and the Stars zijn wel degelijk een mystiek-religieus thema verwerkt. Ik denk dat Clarke er zelf niet helemaal uitkwam.

Stapledon cover Last and first manDe humor is, zo’n twee decennia vóór Clarke en Asimov en alle andere grote ideeënbrouwers was er Olaf Stapledon. Die schreef een geschiedenisboek over/van de toekomst, beginnend in de jaren twintig van de 20ste eeuw. In dat boek worden oorlogen ‘voorspeld’, maar die vrij invloedrijke Tweede Wereldoorlog niet en dat leest dan best raar (ook al is dat maar de eerste bladzijde want een pagina verder zit Stapledon al ergens in de 30ste eeuw). In Last and First Men ging deze schrijver stug door tot het jaar 2.000.000.000 na 1920 en propte zijn speculatieve boek barstensvol technische en sociale ontwikkelingen, opkomsten en ondergangen van rassen en rijken (ik meen me te herinneren dat Homo Sapiens al vrij vroeg in het boek via de zijdeur wordt afgevoerd).
Dat was allemaal niet niks. Feitelijk kon elke nakomende scifi schrijver alleen maar op Stapledon voortborduren. Wat ze ook verzonnen; Stapledon had het al eerder bedacht…
Doet Last and First Men toch wel een beetje naar adem snakken, Star Maker schetst de geschiedenis van het ganse heelal, tot aan het einde, en dat einde is door de huidige wetenschap als theorie nog niet afgedankt.

Some of Stapledon’s ideas for genetic engineering or alien minds, such as collective intelligence, seem far ahead of their time, anticipating recent ideas about swarm intelligence and the general fascination with networks. He also mentions the idea of virtual reality in the first alien world visited, in the form of an apparatus that directly affects sense centers in the brain. The idea of entire worlds as spacecraft is used several times.

Star Maker last and first edition

Zijn invloed in de futuristisch-speculatieve schrijverij is inmiddels flink afgenomen, omdat de recentere generaties schrijvers gewoon voortbouwen op de werelden van hun Stapledons; Clarke en Asimov en Robert Silverberg en Philip K Dick.
De aartsvader van de scifi is dus niet Jules Verne, niet Hugo Gernsback, niet E.E. Doc Smith, maar Olaf Stapledon.

sculpture by Nikko after illustration from Joseph Vargo smallIets over de illustratie aan het begin van dit log. Ik vind ‘m geweldig en niet alleen als blogs hebbedingetje. Hulde ook aan degene die het idee leverde; Joseph Vargo. Die het leende van Francisco Ramos die zich op zijn beurt liet inspireren door De Denker van Rodin. Ik herinner mij nu ook enkele klassiek Griekse beelden die…
Hoe dan ook, Nikko’s uitwerking geeft aan die van Vargo beslist een meerwaarde mee. Het is een kunstwerk dat perfect aansluit bij de geest van Clarke.

©2009dedeurs

Plaats een reactie