Jongenslectuur, mannendromen – 3

september 13, 2009 at 10:39 am (uncategorized)

unknown 140

In science fiction fandom a slogan quickly developed, “Fans are slans” comparing the perceived greater intelligence and imaginative capability of science fiction fans with the supernatural abilities of slans in the novel. Although some regard it as a symbol of fandom elitism, along with the related term ‘mundane’ for non-fans, others regard it as a reaction to the perceived disapproval of science fiction or the fans of it by non-readers/non-fans.
- wikipedia

Er kwam gedurende de jaren veertig een weelde aan scifi ideeën waarin nog nauwelijks iets van Jules Verne terug te vinden was.  Romans en short stories gingen zich ook meer en meer bezig houden met sociale en psychologische zaken, zoals overbevolking, raciale kwesties en andere sociaalmaatschappelijke zaken, uitvergroot en gefuturiseerd.

Weidenfeld for AE van Vogt's SlanZo kwam A.E. Van Vogt met de roman Slan, waarin de mens  het vermogen tot telepatheren verwerft. Niet gekweekt in het laboratorium van een geleerde met een woest wapperende baard en koortsachtig schitterende ogen, maar door evolutie. Van Vogt’s telepathen stonden dicht bij de lezer: een kleine jongen en zijn moeder. Op de vlucht. Want als telepathen worden zij door de rest van de mensheid als een bedreiging van de gevestigde orde gezien, en dus meedogenloos vervolgd. In die tijd was de genocide op bepaalde Europese volkeren flink op gang aan het komen (hoezo, overbevolking?) en in de VS deden hele staten nog aan rassenscheiding, maar ik betwijfel of lezers van Slan de overeenkomsten zagen.

Charles Schneemann - SlanSlan verscheen in Astounding als feuilleton. Charles Schneeman maakte er illustraties bij, en die geven een uitgesproken beeld van 1940’s ideeën over de toekomst. Ook Alex Raymond, tekenaar van de strip Flash Gordon, baseerde zijn futurisme op de art deco, een kunststroming die grappig genoeg eind jaren dertig al over z’n hoogtepunt was. Maar het mooie van Art Deco is dat het ook in onze tijd nog steeds iets futuristisch heeft (zie ook de sterk gestroomlijnde auto achter de Slans). Je zou het kunnen omschrijven als een modern soort klassiek dat altijd klassiek modern zal blijven. Waarschijnlijk zijn zulke lijnen ook dankbaar om te tekenen. Art Deco is buitengewoon decoratief.

Alex Raymond - Flash Gordon scenery

Alex Raymond - Flash Gordon scenery around 1940

Charles Schneeman - Slan

De outfit van de twee personages is goed uitgedacht. Losse, comfortabel zittende en toch modieus afkledende overalls – coveralls eigenlijk – die vrij ver af stonden van de gangbare mode uit die tijd. Al waren filmsterren als Katherine Hepburn en Marlene Dietrich al heel gewaagd trendy met hun (wijde) pantalons. Dit was niet eens zo lang na de jaren van de enkellange rokken, knooplaarsjes en pompadours.
Maar de ‘fout’ die Schneeman maakte, en met hem vele andere illustratoren en schrijvers en makers van SF-films, is die unisex aanpak. Zelfs Alex Raymond deed dat niet; je ziet zijn helden Flash en Dale gedurende hun avonturen voortdurend van uniform en pakjes en jurken wisselen. Slim, want daardoor lazen niet alleen jongens en mannen de ‘Funnies’ bijlage van de krant. Maar de meeste scifi schrijvers en illustratoren waren er van overtuigd dat de mensen van de toekomst in eensluidende coveralls rond zou lopen. Iets dat het Chinese communisme inderdaad een tijdje wist te verwezenlijken, met de voor iedereen verplichte Mao pakjes.
Het is eigenlijk pas sinds de jaren zestig dat men afstapte van het idee van massale uniformiteit, en variatie in de kleding van de toekomst bedacht.  De toekomst voorspellen blijft echter tricky. Misschien blijkt Schneeman ooit toch voorspellend te zijn geweest.

Alex Raymond - Flash Gordon 1937Alex Raymond was het heel even onbedoeld. Het militaire communicatie- apparaat in de Flash Gordon aflevering The Outlaws of Mongo (hier in een Servische vertaling)  lijkt verdacht veel op een laptop. Raymond snapte natuurlijk ook wel dat een dergelijke platte vorm en zo’n openklapbaar scherm niet erg realistisch waren, maar wel decoratief. In 1937. ‘t Is nog een draadloze ook.

Het idee van telepathie; andermans gedachten lezen, is waarschijnlijk oeroud. Toch is het in het atoomtijdperk een typische science fiction gadget. Eric Frank Russell was er een die er een aardige variant op bedacht.
Een ruimteverkenner ontdekt een planeet met – grote verrassing – een technisch ontwikkeld, menselijk ras. Heimelijk bestudeert hij er bewoners van een stad, en vraagt zich af waarom hij niemand met elkaar ziet praten. Zijn conclusie: ze zijn telepatisch. Carter wordt ontdekt maar weet te vluchten. In een andere streek belandt hij aan de rand van een dal waarin een groot dorp ligt. Daar, op wat waarschijnlijk een schoolplein is, zijn een paar honderd kinderen aan het spelen. Als ze geluid maken, is dat niet te horen. Door behoedzaam steeds dichterbij te sluipen, test hij uit of ze zijn gedachten kunnen opvangen. Aanvankelijk gebeurt er niets.

Opnieuw kroop hij wat verder en daarna nog eens. Op een afstand van minder dan duizend meter werd hij gehoord. Ongeveer veertig kinderen staarden tegelijkertijd in zijn richting. Ze konden hem niet zien, maar ze wisten kennelijk precies waar hij zat. Een fractie van een seconde later keken alle kinderen dezelfde kant op, reagerend op de geesten van de eerste veertig. Tweehonderd paar jonge ogen staarden in de richting van de spion.

Terwijl Carter er vandoor gaat, vraagt hij zich af waarom geen van de kinderen wegrende om een volwassene te gaan waarschuwen, ze blijven allemaal rustig zitten. Dat telepatisch begaafden  gewoon een collectief alarmsignaal uit kunnen zenden, komt niet bij hem op.

Weer begint er een klopjacht op hem, en ditmaal zijn zijn achtervolgers gewapend. Ze vinden hem kennelijk gevaarlijk, en dfat betekent dat zer oorlogszuchtig van aard zijn! Op het nippertje weet hij met zijn afstandsbediening zijn schip naar beneden te halen en ondanks de plotselinge nabijheid van een groot militair uitziend ruimteschip de hyperruimte in te duiken. Het is van het grootste belang dat hij de Aarde kan waarschuwen voor het bestaan van dit ras.

Carter weet dat er tijdens zijn betrekkelijk korte verblijf in de hyperruimte een veelvoud van eeuwen op Aarde verstrijken, dank u Einstein, gaat hij er van uit dat de Telepaten net zo lang nodig hebben om de Aarde te vinden en te veroveren). Wanneer hij op zijn thuisplaneet landt en aan de gezaghebbenden zijn verslag uitbrengt, wordt hij omzichtig behandeld, tot er iemand verschijnt die zich voorstelt als tolk, gespecialiseerd is in archaïsche talen. want op de Aarde zijn 4000 jaar verstreken sinds Carters vertrek naar de ruimte, dan wil er wel eens een rijk en een toonaangevende taal verloren gaan (uiteraard is Carter een Amerikaan). De tolk legt hem uit dat de Aarde weet van de telepathische anderlingen. Die geen anderlingen zijn. Tijdens Carters tijdvervormende afwezigheid werd er een snellere en makkelijkere manier van ruimtereizen ontdekt zodat er in de Melkweg vele menselijke koloniën zijn ontstaan. En dan blijkt waarom Carter een tolk nodig heeft. Die hoofdzakelijk gespecialiseerd is in linguistiek. Op de Aarde is praten in ongebruik geraakt. Omdat iedereen al eeuwenlang telepathisch is. De communicatie met Carter verliep slecht, omdat de man uit het verleden voor hen doofstom is.

unknown - Eric F Russels's Men Martians and MachinesRussell schreef lekkere, vaak humoristische boeken maar was technisch gezien geen briljante schrijver, en de logica rammelt. Zo is mij niet helemaal duidelijk waarom de verbijsterde ruimteagent na afloop van de uitleg door een meewarige bewaker wordt weggeleid. Alsof Carter de vijand is. Terwijl hij alleen maar een inferieur schepsel is, een laatste overlevende van een in hun ogen gedegenereerde soort. Toch vind ik het een aardige plot, en de scene met de schoolkinderen, waar John Wyndham in The Midwich Cuckoos iets dergelijks mee deed, is me altijd bijgebleven. Op het eind voel je medelijden met ruimtespion James Carter. Een solitair, wiens patriottisme beloont wordt met tragische eenzaamheid.

Russell was de eerste die een Terraanse held (inboorling van de planeet Aaarde dus) opvoerde die niet blank was. In 1941, toen de plantagegeest nog steeds door grote delen van Amerika waaide. De – van oorsprong Engelse – schrijver liep ook op Star Trek vooruit door Aardlingen en Anderlingen eens niet voor te stellen als rassen die elkaar constant het heelal uit proberen te schieten, maar met elkaar samen te laten werken. Onder veel animositeit, maar als het scheepsalarm afgaat, stoppen de wederzijdse pesterijen en zijn de raciale verschillen vergeten. Wat Russells boeken nog steeds goed verteerbaar maakt, zijn de typetjes en de heerlijke dialogen.

Alejandro Canedo and Hubert Rogers

Links is een humanoïde Alien afgebeeld. Dat geeft meer vrijheid in het bedenken van verregaand fantastische huidskleuren en haarstijlen, maar een punky hanenkam was in 1946 echt nog zéér ongewoon. Het kan ook zijn dat Canedo zich heeft laten inspireren door de Mohawk Indianen.

De illustraties voor boeken en magazines waren soms wel en soms niet op een specifiek verhaal toegesneden. Maar fraai waren ze, zeker als je bedenkt dat paintbrush en allerhande computeranimatie foefjes nog niet bestonden.

unknown 142

Ed Emshwiller 10

unknown 144

H. van Dongen 1

Alejandro Candeo 1948 and Anton Kurka 1953

Artiest Ed Emshwiller was inderdaad een rasartiest. Hij kwam met illustraties waar je naar staarde. Die voor Galaxy en Future SF zijn weer voorbeelden van zijn humor, die hij met een andere legendarische SF illustrator deelde; Kelly Freas. Maar Freas kon ook ’schattig’ zijn door knuffel-aliens op te voeren. Ik heb van Ed nooit iets gezien dat schattig was. Meestal afbeeldingen die een licht onbehaaglijk gevoel geven. Van Ed Emshwiller later meer.

Ed Emshwiller 2

Ed Emshwiller 3

Ed Emshwiller 1

Ed Emshwiller 16

©2009dedeurs

Plaats een reactie