Jongenslectuur, mannendromen – 4

Waar van de Grote 3 Isaac Asimov voor de inventieve aankleding en socioaspecten zorgde en Heinlein voor het knokwerk, vertegenwoordigde Arthur C Clarke het intellect. Als specialist in biochemie en astronomie stond Asimov dichter bij Clarke dan bij Heinlein, Asimov’s romans en korte verhalen zijn populistischer van toon en beslist levendiger dan die van Clarke. Die voerde op zijn beurt personages op met een wat minder groot ego, en liet Homo Sapiens Sapiens naar de verre sterren kijken, maar zonder trots en bezitterigheid. De Clarke-mens beschouwt het heelal vaak peinzend, en is niet te beroerd toe te geven dat hij feitelijk minder dan een kosmisch stofje is.
Scifi fans moeten ook maar eerlijk zijn; hun boeken lezen lekker maar geen van hen was een groot literist en ze blonken ook niet uit in mensenkennis. Degene die altijd een beetje aan de Grote Drie heeft gebungeld; Ray Bradbury, was de ware stylist, de poëet.
Jongenslectuur, mannendromen – 3

In science fiction fandom a slogan quickly developed, “Fans are slans” comparing the perceived greater intelligence and imaginative capability of science fiction fans with the supernatural abilities of slans in the novel. Although some regard it as a symbol of fandom elitism, along with the related term ‘mundane’ for non-fans, others regard it as a reaction to the perceived disapproval of science fiction or the fans of it by non-readers/non-fans.
- wikipedia
Er kwam gedurende de jaren veertig een weelde aan scifi ideeën waarin nog nauwelijks iets van Jules Verne terug te vinden was. Romans en short stories gingen zich ook meer en meer bezig houden met sociale en psychologische zaken, zoals overbevolking, raciale kwesties en andere sociaalmaatschappelijke zaken, uitvergroot en gefuturiseerd.

