Jongenslectuur, mannendromen – 2

Wereldwijde paniek veroorzaakte dat hoorspel, in Amerika. Ik vond zelfs een foto van een slachtoffer van Welles’ neprealisme met haar arm in een draagdoek, en een lijdend gezicht erbij. Zij was één van de velen (een miljoen, schatte men achteraf) die in blinde angst voor slimy monsters from space door het raam waren gesprongen en als gekken de stad ontvluchtten. Amerika, het land van de complottheoristen, doemdenkers, fruitcakes en wacko’s werd dus niet door Columbus ontdekt maar door Orson Welles.
Het genre kwam in de lectuur goed op gang met het in 1930 door William J. Campbell opgerichte tijdschrift Astounding Science Fiction (vanaf 1960 Analog) Daar debuteerden schrijvers die de scifi volwassen zouden maken: Lester del Rey, Sprague de Camp, A. E. van Vogt, Robert Heinlein en wat later Isaac Asimov die zijn legendarische Foundation epos in eerste instantie als losse verhalen plaatste. Arthur C Clarke maakte er zijn entree in 1946. De bratpack van Campbell leverde uiteindelijk de kern van the Golden Age of Science Fiction op; The Grand Old Men. Heinlein, Asimov en Clarke.







De tot dan dominerende zongebruinde ruimteheld met vierkante kaak en straalpistool in de knuist werd geleidelijk aan naar de, laten we maar gerust zeggen infantiele supermannen hoek verschoven. Mede dank zij Hollywood is dàt genre helaas bezig zowat elk ander genre te overleven.
Maar gedurende de jaren veertig en de eerste helft van het daaropvolgende decennium begon de toekomstmens een beetje een echt mens te worden. Supersterk en onoverwinnelijk was hij niet langer. Eric Frank Russell schreef satirisch getinte verhalen over starre ideologieën en dogmatische culturen en meestal was er één personage dat niet sterk was en over weinig hulpmiddelen beschikte, maar puur door slimheid gekoppeld aan een grote portie bluf een heel volk van humorloze buitenaardsen en hun starre bureaucratie van slag wist te brengen. In Wasp krijgt een geheimagent vand e Aarde opdracht in zijn eentje en met weinig meer dan zijn verstand een hele vijandelijke planeet uit te schakelen. Dat is een globaal beeld van Russell, hij bespeelde psychologie in meerdere facetten.

De scifi werd interessant omdat de mens van de toekomst verwikkeld raakte in verhoudingen met machines en aliens die veel gecompliceerder lagen dan wat het simpele knok- en blastwerk van space opera schrijvers als E.E. Doc Smith opleverden. Er kwamen verhalen waarin de protagonisten te maken kregen met morele dilemma’s en ethische opvattingen. Was het eerlijk dat alleen een elite de mogelijkheid bezat eeuwig jong te blijven? Was het vermogen om gedachten te lezen waardoor misdaad en oorlogen in de kiem gesmoord konden worden, een inbreuk op de privacy en de vrije wil en dus immoreel? Mocht je je settelen op een planeet als je wist dat je aanwezigheid een andere intelligente maar fragile levensvorm zou uitroeien? Veel van die onderwerpen waren niet zo ‘alien’, uit de geschiedenis van onze planeet kennen we het effect van kolonialisme en de verwoestende gevolgen die dat op inheemse bevolkingen had maar al te goed. De scifi schrijvers verplaatsten het alleen maar naar een andersoortige wereld, of draaiden het om: buitenaardsen die ons kwamen kolonialiseren en uitbuiten.
Met het uitbloesemen van de scifi verscheen ook een nieuwe generatie aan scifi illustratoren. Men kan hun werk verouderd vinden en hun visies naief, maar de meest flitsende hi-tech space art van nu wordt over 50 jaar ook met een minzaam glimlachje bekeken. Dat geldt evenzeer voor de geschreven verhalen.





Melancholiek, bespiegelend, tragisch. Kelly Freas werd legendarisch met zijn robot die te hard kneep, heel sentimenteel, maar wel heel goed getekend.
Wat niet wil zeggen dat de scifi geen onvervalste avonturenromans meer opleverde. A.E. van Vogt schreef in de jaren veertig verhalen die later verzameld werden tot The voyage of the Space Beagle en waar de latere Alien films een ideetje of wat van leenden: een vleesetend, eieren leggend creatuur achtervolgt de bemanning van een exploratieschip. Het grappige is dat Coeurls wanhopige honger mededogen opwekt bij de lezer. Hier een van de verhalen.

- wordt vervolgd -
©2009dedeurs

