Jongenslectuur, mannendromen – 1
Dat wat ooit zo ongelukkig Science Fiction werd genoemd (en inmiddels ’speculatieve fictie’ wordt genoemd maar wat handiger is afgekort tot SciFi of gewoon essef) werd nooit echt serieus genomen. ‘Jongenslectuur’.
Wat niet weg nam dat meer dan anderhalve eeuw geleden ook ouderen de pionier op het gebied, Jules Verne, verslonden. Begrijpelijk, als je deze naieve en toch fascinerende illustratie uit 1882 bekijkt (hier in een grotere versie). De eerste automobiel en vliegmachine waren nog twee decennia ver weg. Grappig dat de tekenaar totaal niet de moeite nam de mode van de toekomstmensen wat minder Victoriaans te maken.

Overigens was dit zijn visie op het jaar 2000. Het toont weer eens aan hoezeer ons beeld van de toekomst bepaald wordt door het eigen heden. In boeken kun je daar nog wel omheen lullen, in films krijg je onveranderlijk acteurs te zien met de haarstijl en mode van nu, een tikje aangedikt. Hier Farrah Fawcett in het begin van de 22e eeuw. Al kan het best zijn dat in 2116 AD de Nineteen Seventies Retro Look weer heel hip zal zijn.
Veel scifi verhalen en romans zijn gedateerd lang voor het beoogde tijdperk aangebroken is. Het ontbreekt de schijvers vaak niet aan fantasie, maar ze kunnen niet alles voorzien. De computer die Arthur C Clarke in 1953 de negen miljoen namen van God liet ophoesten, was zo groot als een hal en deed er maanden over. Nog geen zestig jaar later kan zoiets bij wijze van spreken in een oogwenk en met een laptopje. Clarke heeft dat stukje futuristische wonder nog mee mogen maken. Natuurlijk schreef hij met Nine billion names niet echte futurisme. Het speelt zich gewoon in de jaren vijftig af. Dat neemt niet weg dat zulke details nu verouderd overkomen. En het zal niet Clarke’s bedoeling geweest zijn dat het verhaal om die reden vanaf 1954 niet meer gelezen zou worden.
Clarke was een van de weinigen die het beeld van de toekomst goed in wist te schatten maar ook hij zat er wel eens naast. In A fall of moondust laat hij een 22e eeuwse toeristenbus verongelukken en wegzinken in een maanmeer van talkachtig stof. Al weten we nog lang niet alles over de maan, voor het toneel van zijn avonturendrama (een soort Poseidon in Space) had Clarke in 1961 (slechts acht jaar voor de eerste maanlanding) beter een van de ‘geheimzinnige’ manen elders in het zonnestelsel kunnen nemen.
Zonder Verne misschien geen H.G. Wells, en mogelijk ook geen Hugo Gernsback die in de jaren twintig van de vorige eeuw talloze epigonen de kans gaf het Verneaanse heelal groter te maken. In 1911 had hij al de eerste robot bedacht (geinspireerd door The Golem en The Monster of Frankenstein?).




Al snel braken schrijvers het heelal open. E.E. Doc Smith ontwikkelde de space opera, waarbij het hoofdzakelijk ging om de gadgets en het soldaatje spelen.





Dat vooral in de jaren veertig en vijftig de toekomst aangeprezen werd met omslagillustraties vol semi-naakt en openlijke erotiek komt in een opvolgende serie aan bod. De pulp van de 20ste eeuw kan als belangwekkende kunststroming in twijfel getrokken worden, maar leverde wel een enorme hoeveelheid oogsnoep op en doet dat nog steeds. Al is het vaak van een hilarisch gehalte. Ach, ik neem maar aan dat deze dame in prangende nood niet een of andere assistente van een geleerde is maar een heuse galactische prinses. Zelfs al kwamen die in de Startling Stories verhalen van Hamilton en Van Vogt eventjes niet voor.
- wordt vervolgd -
©2009dedeurs

